Free Web Hosting by Netfirms
Web Hosting by Netfirms | Free Domain Names by Netfirms

Holiday Impressions

Tinago Bay Bay.
 
Mijn verblijf is meestal in een goed hotel of resort, maar dat verbiedt mij niet om rond te trekken en mij te begeven tussen de lokale bevolking en zo kwam ik terecht in de wijk Tinago Bay Bay.
 
Tinago ligt in het verlengde van de boulevard van Dumaquete en dicht bij het centrum.
 
Ik was uitgenodigd om daar iemand te bezoeken en ben toen de wijk binnen gegaan.
Je gaat van een brede betonweg in de verzengende hitte naar een straatje van hooguit een meter breed en hier wonen de kansarmen van Dumaquete, in smalle kronkellige staatjes zonder naam.
 
Armoedige huisjes zonder ramen, een open riool, geen water in de krotten, maar wel Maria op een steuntje aan de wand.
 
Wassen doen ze tussen de huisje waar een waterput is.
Ik kon gaan zitten op een stoel, maar mocht deze niet van de wand halen anders viel hij om, had nl. maar 3 poten net zoals de andere 2 stoelen.
 
Oma lag in het krot te slapen op 2 stoelen, want die werkte elke avond tot 4 uur in de morgen bij de pier waar ze een paar tafeltjes had om drinken te verkopen voor 8 pesos een flesje cola.
Dit is de wijk van de meisjes die hun brood voor zichzelf en hun familie verdienen, vaak als hoertje al zien zij dat niet zo, " I have a friend  from Germany , Switserland" enz. enz.
 
Vaak veel te jonge meisjes die op pad gaan en voor 200 pesos mag je als je wilt en soms alleen voor eten.
Misbruik wordt er van ze gemaakt door de z.g. beschaafde mannen uit de westerse wereld.
Ook het drugsgebruik onder deze jongens en meisjes is groot.
Sjaboo een chemische drug (hoop dat ik het goed schrijf) is hier een gewoon verschijnsel.
Het houdt de gebruikers wakker en ze worden niet moe, maar het is wel een doodlopende weg waar ze in terecht komen.
Je kunt het herkennen doordat de gelaatsuitdrukking strak wordt en ze kunnen niet meer lachen.
 
Het lachen verging mij daar zonder sjaboo, want het was in en in triest om hier rond te lopen en was blij dat ik hier weer weg kon, ik wel zij niet.
 
En wij maar piepen hier over de stomste en simpelste dingen.
Je ogen gaan daar open en relativeert alle dingen die hier z.g. belangrijk lijken.
 
H.g.  
 
Jan Korf,

GELOOF/BELIEF

GELOOF.
 
Geloof ik "ik geloof van niet".
Waarom niet "egoisme gemakzucht of het gaat te goed."
Zou ik willen geloven "soms"?
Wat let me "zie waarom niet"
 
Dit is mijn aanloop tot mijn volgende stukje:
 
IK verbaas mij vaak over het geloof op de Filippijnen en kan het geen plaats in mijn hoofd geven.
Haast iedereen die ik daar ken geloofd heilig in God en dat verbaasd mij.
Iedereen maakt een kruisje als hij of zij voorbij een kerk loopt, als zij in een vervoersmiddel stappen.
Op het vliegveld staat altijd een beeld waar zij eerst langs gaan en een kruisje slaan en het even aanraken.
Op de supercat wordt eerst een gebed gedaan via de TV en de zegen van God gevraagd voor een veilige vaart.
 
Hoe kan je geloven als je haast geen eten hebt, amper een fatsoenlijk huis, geen geld en noem verder maar op.
Haast op elke tricycle, easy ride of jeepney staat wel een spreuk die verband houd met de bijbel of met Jesus.
Is het nu zo simpel of maak ik het mezelf zo moeilijk om mij telkens weer deze vraag te stellen ?
 
Dus stel ik mezelf een andere vraag:
Wat zou er van deze mensen overblijven indien ze geen geloof hadden, dus geen enkel vooruitzicht op een beter leven na hun tijd op aarde of de troost die het geloof hun geeft tijdens hun huidige soms heel armoedig en hard  bestaan.
En als ik het uit die hoek bekijk, dan wordt het allemaal anders.
 
Het geloof geeft hun naar mijn mening de steun om door te gaan zonder klagen, vrolijk en gastvrij te zijn en te zorgen voor de familie in de hoop dat het eens beloond zal worden in een beter leven na de dood.
Geloof op de Filippijnen is daar een noodzaak om te kunnen en willen overleven.
 
Als dit allemaal waar is, dan is er voor mij na mijn tijd op aarde een mindere wereld weggelegd dan voor zij die nu echt geloven en krijg ik dan de rekening gepresenteerd.
 
H.g.  
 
Jan Korf,